Een theeblad leeft in seizoenen, net als wij die het jaar voelen door de geur van natte aarde in maart en het goud van juni. Daarom spreken theemakers over first flush en second flush: twee oogstmomenten die het karakter van de thee diep kleuren. De termen duiken vooral op bij Darjeeling, Assam en Nepal, maar de gedachte erachter is overal waar theestruiken groeien relevant. Ik proef al jaren flushes naast elkaar en merk iedere keer opnieuw hoe de kalender zich vertaalt in het kopje: lente staat voor springlevend, zomer voor rijp en rond. Wie deze taal van het blad leert, kiest bewuster en zet beter. De vraag is niet “welke is beter?”, maar “welke past vandaag bij de stemming en het gerecht?” 🍃
First flush: de lenteoogst en waarom die zo anders smaakt
First flush verwijst naar de eerste pluk van het jaar, meestal ergens tussen eind februari en april, afhankelijk van hoogte en microklimaat. Na een winterrust schieten de knoppen wakker en produceren ze jonge, fijne scheutjes met veel aroma-precursoren. Dat proef je. In Darjeeling bijvoorbeeld leveren de eerste loten een heldere, lichtgele tot champagnekleurige infusie op, met geuren van witte bloemen, voorjaarsgras en soms een tikje kruidigheid dat aan groene mango of verse walnoot doet denken. De smaak is fris, vaak met een levendige, droge grip op de tong – theemakers noemen dat brisk of sprightly – en een afdronk die sneller wegvlindert dan bij latere plukken.
De verwerking speelt mee. Veel first flush-druiven… pardon, bladen… krijgen in Darjeeling wel het label “black tea”, maar ze ondergaan vaak een relatief korte oxidatie. Daardoor blijven chlorofyltonen en vluchtige florale componenten in de kijker. In Nepal zie je vergelijkbare keuzes. In Japan heet de eerste pluk ichibancha; daar wordt vooral gestoomde groene thee gemaakt, maar het lenteprincipe is hetzelfde: jonge blaadjes, hoog aromatisch potentieel, een pure en schone structuur. Wie gevoelig is voor bitterheid kiest bij first flush voor iets koelere zettijden en temperaturen; zo laat je de geuren zingen zonder de tannines te hard te laten praten.
Voor het zetten kies ik doorgaans 2 tot 3 gram per 100 ml, water van 85–90 °C voor Darjeeling first flush, en een korte infusie van 1,5 tot 2 minuten in westerse stijl. In een gaiwan ga ik naar meerdere korte infusies van 20–30 seconden om laagjes vrij te spelen. Porselein of dunwandig glas werkt mooi; klei kan de fragiele geuren temmen, wat soms wenselijk is maar vaak zonde. Waterkwaliteit is de stille medespeler: zacht, licht mineraal water geeft de lentegeuren ruimte; erg hard water maakt het stroever. Mijn advies is eenvoudig: maak een klein proefkopje, warm de pot goed voor en ruik telkens het deksel. Als het deksel naar primula en wit fruit geurt, zit je goed.
Bewaren doe je bij first flush liever niet te lang. De magie zit in de jeugd. Luchtdicht, koel en donker helpt, maar het blad verliest vrij snel zijn sprankel. Ik probeer lente-thee binnen negen tot twaalf maanden op te drinken. Het is een thee voor lichte maaltijden: zachte geitenkaas, asperges, sushi of een salade van venkel en appel. Zet je hem bij een zware chocoladetaart, dan wordt de thee stil; bij een citroentaartje begint hij te fluiten.
Second flush: zon, suikers en muscatel-diepte
Second flush is de tweede grote pluk, doorgaans tussen mei en juni, net vóór de moesson in de Himalaya. De struik heeft dan al weken zon gezien. Het blad bouwt meer suikers en polyfenolen op, en dat levert een rijkere kop op. In Darjeeling is de beroemde term “muscatel” ontstaan om het typische aroma van second flush te beschrijven: denk aan rijpe muskaatdruif, abrikozenconfituur, honingbloesem, soms een heel lichte houttoets. De infusie kleurt koper of amber, de body is voller, en de afdronk houdt langer aan. In Assam is het net de second flush die het visitekaartje is: malty, rond, ontbijtthee met ruggengraat voor melk, als je daarvan houdt.
Waar first flush soms doet denken aan een lente-alfresco met slanke glazen, voelt second flush als een lange tafel buiten in juni: rijk, vriendelijk en breed. Je merkt het ook bij het zetten. Deze thee kan hogere temperatuur hebben. Ik ga meestal naar 90–95 °C en iets langere trektijden, 2,5 tot 3,5 minuten in westerse stijl, met 2,5–3 gram per 100 ml. In gongfu-stijl werkt 95 °C prima met korte infusies die je gradueel verlengt. Het blad is vergevingsgezinder; waar first flush snel bitter kan worden, blijft second flush vaak harmonieus, ook als je per ongeluk dertig seconden te lang wacht. Dat maakt hem praktisch voor doordeweekse momenten.
Foodpairing is dankbaar. Second flush speelt goed met gevogelte, gegrilde groenten, brioche, zachte kazen en fruitige desserts. Bij patisserie met abrikoos of perzik ontstaat een mooi gesprek in het kopje. De thee bewaart ook iets beter dan first flush. Goed afgesloten, weg van licht, bij kamertemperatuur en droog: zo blijft het profiel makkelijk twaalf tot vierentwintig maanden aangenaam. Toch proef ik het liefst door het jaar heen kleine hoeveelheden. Thee is geen museumstuk; hij leeft en praat met het klimaat van je voorraadkast. 🫖
Een praktische tip als je koopt: vraag altijd naar de plukdatum of batchcode. “Second flush 2025, lot DJ-##” zegt meer dan een generieke “Darjeeling”. Goede winkels noteren dat. En proef, indien mogelijk, twee huizen naast elkaar. Het verschil tussen een tuin als Castleton en bijvoorbeeld Goomtee kan bij second flush verbluffend zijn: de eerste soms eleganter muscatel, de tweede wat donkerder fruit. Dat is geen kwestie van beter of slechter, maar van stijl.

Waarom bestaan er flushes en geldt dit overal even sterk?
De term “flush” is in wezen landbouwtaal: theestruiken groeien in golven. Na rust of snoei komt een groeispurt, dan stabiliseert alles, dan volgt een nieuwe golf. Klimaat, hoogte en cultivar sturen die cadans. In de Himalaya markeren de seizoenen die golven scherp: koude winters, frisse lentes, zonnige voorzomer, natte moesson, dan een drogere herfst. Dat ritme creëert herkenbare oogstvensters: first flush (lente), second flush (voorzomer), monsoon flush (regenseizoen, meestal grover en minder aromatisch) en autumnal (herfst, met warme, rijpe tonen). Niet elke regio gebruikt die labels even nadrukkelijk in marketing, maar de planten reageren overal op seizoenen.
Neem China: daar wordt minder over “flush” gesproken, maar des te meer over oogstperiodes zoals Mingqian (voor het Qingming-festival begin april) en Yuqian (er net na). Het idee is vergelijkbaar: de vroegste plukken zijn teder en geurgedreven, latere plukken rijper en vaak voller. In Taiwan kent men lente- en winteroogsten voor hooggebergte-oolongs; winter brengt zuivere, koele florale tonen, lente geeft nectar en body. In Japan heet de tweede pluk nibancha, de derde sanbancha. In Afrika en Zuid-India, waar sommige tuinen meer constante warmte krijgen, spreken producenten soms van flush cycles maar zijn de verschillen minder uitgesproken en draait men jaarrond. Dat betekent niet dat kwaliteit vlak is, wel dat de seizoenssignatuur subtieler is dan in bergregio’s met sterke temperatuurwissels.
Dat flushes bestaan, heeft ook met arbeid en verwerking te maken. Jonge blaadjes vragen andere verwelkingstijden en een delicate omgang in de fabriek; latere blaadjes laten zich iets makkelijker sturen naar body en kleur. Bovendien beïnvloeden regen en zon de enzymactiviteit en de sapstroom in het blad. Plukstandaard (één knop en één of twee blaadjes) blijft cruciaal; in moessonperiodes is het lastiger om die standaard aan te houden en raakt het blad snel waterig. Vandaar dat “monsoon flush” zelden de sterren haalt in proeverijen. Herfstplukken, aan de andere kant, verrassen soms: warme dagen en koele nachten bouwen aroma’s op die richting gedroogd fruit en zachte specerijen gaan. Als ik een betaalbare Darjeeling zoek voor dagelijks, pak ik graag een mooie autumnal; voor een feest, een second flush van hoog niveau; voor een ochtend met stilte, een first flush van een frisse tuin.
Hoe proef, zet en bewaar je first en second flush het beste?
Proeven is aandacht trainen. Start met geur: warm je pot of gaiwan op, doe droog blad erin, sluit en ruik het deksel. Bij first flush ruikt het vaak naar bloesem, groene hazelnoot en natte steen; bij second flush naar muskaat, rijpe abrikoos en een stukje honingraat. Kijk naar de kleur in het kopje: bleekgeel tot licht goud voor first, koper tot amber voor second. Slurp (ja, luid slurpen helpt) zodat lucht de infusie door je gehemelte trekt. Let op textuur: is het zijdeachtig of eerder levendig en strak? Noteer drie woorden. Meer hoeft niet; zo bouw je je eigen geheugen op. Ik houd altijd een klein notitieboekje bij – het klinkt nerdy, maar het scherpt de voorkeur.
Bij het zetten is dosering je stuur. Voor elegante first flush ga ik met 2–2,5 gram per 100 ml aan de voorzichtige kant, omdat overextractie onmiddellijk naar bitterheid kan kantelen. Water net onder de kook – 85 tot 90 °C – houdt de florals fris. Trek kort, proef, en verleng in stappen van 15 tot 30 seconden. Voor second flush durf ik 3 gram per 100 ml te gebruiken en richting 95 °C te gaan, met 2,5 tot 3,5 minuten trektijd. In gongfu-stijl (kleine pot, veel blad, korte infusies) wijzen beide flushes hun lagen; first flush geeft dan een verrassend groene kant, second flush zingt in de derde en vierde infusie vaak het mooiste koor. Rinses zijn bij Darjeeling en Nepal niet nodig; het eerste water is te kostbaar om weg te gieten.
Bewaren lijkt eenvoudig maar vraagt discipline. Licht, lucht, vocht en geur zijn de vijanden. Gebruik donkere, geurarme blikken of zakken met een degelijke sluiting. Vul ze niet in de keuken boven kruidenpotjes; blad neemt geuren snel over. Zet geen thee in de koelkast of vriezer, tenzij je vacuüm verpakt en exact weet wat je doet; condens is een sluipmoordenaar. First flush drink ik idealiter binnen een jaar, second flush houdt vaak wat langer zijn vorm, tot twee jaar, al proef ik iedere zes maanden even. Koop liever kleinere hoeveelheden die je opdrinkt, dan kilo’s die je “bewaren” zal. Thee is een gesprekspartner, geen archiefstuk.
Tot slot nog twee persoonlijke tips die ik vaak deel in workshops. Eén: kies je kop bewust. Dikke steengoed mokken houden warmte vast maar kunnen de finesse van first flush dempen; dun porselein laat geuren ontplooien. Twee: maak af en toe een “flush flight”. Zet dezelfde tuin in first en second flush naast elkaar. Proef eerst zonder, en dan met een hapje – bijvoorbeeld een stukje zachte geitenkaas en daarna een abrikozenkoekje. Je begrijpt ineens waarom seizoenen er toe doen. Het maakt thee drinken lichter, speelser en – als ik eerlijk ben – ook gewoon leuk. Soms is een nuchtere kop thee het beste weerbericht van de dag. 🌤️
