Verstopt in het bergachtige hart van Taiwan ligt een meer dat zingt in fluisteringen, zich uitstrekt als zijde over het landschap, en glinstert als vloeibaar jade in het ochtendlicht. Sun Moon Lake, of zoals de locals het noemen: Rìyuè Tán, is niet alleen een toeristische trekpleister of een postkaart-waardig panorama. Het is een plek die lijkt te ademen, te leven, en je zachtjes in haar armen neemt. Een plek waar tijd even zijn betekenis verliest, en waar thee en stilte als oude geliefden hand in hand gaan.
Waar ligt Sun Moon Lake precies en wat maakt het zo bijzonder?
Sun Moon Lake ligt in het midden van Taiwan, in het district Nantou, omgeven door weelderige bossen en kronkelende bergen. Wat het meer meteen uniek maakt, is zijn vorm: het oostelijke deel lijkt op een ronde zon, terwijl het westelijke deel een halvemaan vormt – vandaar de poëtische naam.
Maar dit is niet zomaar een mooi meer met een grappige naam. Er zit een verhaal onder het oppervlak. De inheemse Thao-stam beschouwt dit meer als heilig. Volgens hun overlevering ontdekten hun voorouders het meer nadat ze een witte hert volgden door de bossen. Wanneer het dier plots verdween in de nevel, vonden ze dit kristalheldere water – en beschouwden het als een teken van de goden. Tot op de dag van vandaag leeft de Thao-gemeenschap aan de oevers, en wordt het gebied met zorg en eerbied onderhouden.
Sun Moon Lake is daarmee niet zomaar een vakantiebestemming, maar een spirituele tussenstop. Een soort kompas voor wie de weg even kwijt is – of gewoon even wil ademen zonder wifi-signaal.
Wat kan je beleven rond het meer?
Hoewel het verleidelijk is om gewoon aan de oever te zitten en in de verte te staren, zijn er ook activiteiten voor wie met tintelende tenen rondloopt. Eén van de mooiste manieren om Sun Moon Lake te verkennen is per fiets. Er is een fietspad van zo’n 30 kilometer rond het meer, waarvan delen tot de mooiste ter wereld worden gerekend. Denk aan paadjes die zich langs het water slingeren, houten bruggetjes over het rimpelende blauw, en uitkijkpunten waar je het idee hebt dat de hemel en het meer samenvloeien.
Voor wie liever met een zacht deinende boot over het water glijdt: er zijn regelmatige ferryverbindingen tussen de belangrijkste punten rond het meer, waaronder de dorpjes Ita Thao en Shuishe. Op het dek voel je de wind in je haren en het zonlicht op je gezicht – het soort momenten dat zich in stilte vastzet in je geheugen.
Er zijn ook tempels die als wachters over het meer staan. De meest indrukwekkende is ongetwijfeld de Wenwu-tempel, gewijd aan zowel Confucius als Krijgsgod Guan Gong. Sta je bovenaan de trappen van de tempel, dan lijkt het meer zich als een spiegel onder je voeten uit te rollen. Het ruikt er naar wierook, cederhout en geschiedenis.
Hoe past thee in deze omgeving?
Ah, thee. De zachte ruggengraat van dit hele landschap. Sun Moon Lake is beroemd om zijn rode thee, met als kroonjuweel de Ruby 18 – een kruising tussen Assam en een Taiwanese cultivar, ontwikkeld door het Tea Research and Extension Station. Deze thee heeft een dieprode infusie en smaakt naar kaneel, munt en subtiele zoetheid. Geen overdreven geurige show, maar een beheerste, elegante dans op je tong.
Op de heuvels rondom het meer liggen talloze kleine theetuinen, waar met de hand geplukt wordt en oxidatie nog een vak is. Een bezoek aan één van deze tuinen – bijvoorbeeld in Yuchi Township – is als een miniretraite. Je leert er niet alleen hoe de blaadjes geoogst en verwerkt worden, maar ook hoe je opnieuw kan luisteren naar het ritme van je ademhaling terwijl de thee trekt. En geloof me, thee smaakt anders wanneer je hem drinkt met uitzicht op een meer dat ademt als een oude ziel.
Ik herinner me nog hoe ik daar zat, op een houten bankje onder een theeboom, met een dampende kom in de hand. Een oudere vrouw – haar handen getekend van het plukken – vertelde me dat de wind hier “met verhalen komt”. Of dat waar is, weet ik niet. Maar de thee smaakte die dag naar herinnering, en dat was genoeg.
Wanneer is de beste tijd om Sun Moon Lake te bezoeken?
Het meer is in elk seizoen mooi, maar wie wat gevoelig is voor drukte, kiest beter voor het voor- of najaar. In maart tot mei bloeien de kersenbloesems en ruikt de lucht naar belofte. In september tot november is het helder, koel en kalm – een uitstekende periode voor theebezoek en fietstochten zonder dat je van je zadel zweet glijdt 😅.
De zomer is tropisch en vochtig, met een overvloed aan toeristen. En hoewel de atmosfeer dan levendig is, verliest het meer wat van zijn introspectieve charme. De winter is mild, maar nevelig. Het is dan alsof het hele meer in een zachte sluier van mist gehuld is. Ik hou daar persoonlijk van. Alsof het water iets voor zichzelf houdt, en jij slechts een glimp krijgt van haar geheimen.
Is het meer toegankelijk voor wie rust zoekt in de drukte van Taiwan?
Absoluut. In tegenstelling tot de hectiek van Taipei of de industriële uitgestrektheid van Taichung, is Sun Moon Lake een plaats waar de tijd even op pauze lijkt te staan. Zelfs de busreis vanuit Taichung – ongeveer twee uur door de bergen – heeft iets therapeutisch. Je ziet hoe de bebouwing verdwijnt, en hoe de lucht langzaam verandert van beton naar bladgroen.
In de dorpen rond het meer vind je guesthouses, theehuizen, kleine pensionnetjes waar je met een kop dampende Ruby 18 op het terras kan zitten terwijl de mist over het water glijdt. Sommige hebben zelfs traditionele tatami-kamers waar je op een futon slaapt en gewekt wordt door vogelzang en het zachte klotsen van het meer tegen de oever.
Het is geen bestemming voor wie vijf dingen per uur wil afvinken. Sun Moon Lake vraagt je om te vertragen, te luisteren, te voelen. En misschien, heel misschien, leer je er iets over jezelf. Dat je geen constante beweging nodig hebt om vooruit te gaan. Dat een pauze – met uitzicht en een kop thee – net zoveel deel kan zijn van je reis als de eindbestemming.
Of je nu een theeliefhebber bent die op zoek is naar nieuwe aroma’s, een natuurliefhebber die rust zoekt, of iemand die simpelweg even uit de tijd wil stappen: Sun Moon Lake ontvangt je zonder haast, zonder oordeel, met de rust van een oud verhaal dat opnieuw verteld wil worden.

