Sencha is zonder twijfel een van de meest geliefde en tegelijk meest verkeerd begrepen theesoorten uit Japan. Het is een groene thee met een uitgesproken fris karakter, een zweem van zee en een bittertje dat soms onverwachts toeslaat. Maar wie zijn smaakpapillen wat discipline bijbrengt, ontdekt een subtiele, verfrissende drank die zowel lichaam als geest tot rust brengt. Wat Sencha echt bijzonder maakt, is niet alleen de smaak, maar ook het ritme en het ritueel dat erbij hoort. In dit artikel gaan we diep in op wat Sencha nu precies is, hoe het wordt geproduceerd, hoe je het hoort te zetten en vooral: waarom het zo’n verankerde plaats heeft in de Japanse cultuur én theeliefhebbers harten wereldwijd.
Wat is Sencha precies en hoe verschilt het van andere groene thee?
Sencha is een gestoomde groene thee, afkomstig uit Japan. Het verschil met bijvoorbeeld Chinese groene thee is groot. Waar Chinese groene thee meestal in pannen of trommels wordt verhit om oxidatie te stoppen, wordt Japanse Sencha onmiddellijk na het plukken kort gestoomd — vaak niet langer dan 15 tot 45 seconden. Dit proces, genaamd mushisei, fixeert de bladkleur, stopt enzymatische activiteit en zorgt ervoor dat de thee zijn levendige, groene aroma’s behoudt. Het resultaat is een helder groene infusie met frisse, grassige tonen, soms zelfs een zweem van spinazie of nori.
Sencha wordt geplukt in de lente en zomer, waarbij vooral de voorjaarspluk — bekend als ichibancha — het meest geliefd is. Deze eerste oogst levert een zachtere, zoetere thee op, vaak met een hoger gehalte aan aminozuren zoals theanine. Latere plukken, zoals nibancha en sanbancha, geven krachtigere, vaak iets bitterdere smaken.
Niet te verwarren met Gyokuro, dat onder de schaduw wordt gekweekt, groeit Sencha onder de volle zon. Die blootstelling aan licht zorgt voor een lager theaninegehalte en dus een iets bitterder profiel, maar tegelijk ook voor een boost aan catechinen — antioxidanten die Sencha zijn gezondheidsreputatie bezorgen.
Het productieproces: een dans tussen traditie en techniek
Het maken van Sencha is geen eenvoudige klus. Hoewel het proces gestroomlijnd lijkt, vergt het precisie, ervaring en een flinke dosis geduld. Na de pluk worden de theebladeren razendsnel naar de fabriek gebracht. Snelheid is essentieel, want zelfs een paar uur vertraging kan leiden tot ongewenste oxidatie.
Eenmaal aangekomen ondergaan de bladeren de stoombehandeling. Afhankelijk van de regio en het type Sencha, kan dit kort (浅蒸し – asamushi), gemiddeld (中蒸し – chumushi) of diep (深蒸し – fukamushi) zijn. Bij fukamushi wordt de thee langer gestoomd, wat resulteert in fijnere blaadjes en een intensere, bijna troebele infusie. Deze diepe stoomvariant heeft een zachtere smaak, minder bitterheid en een volle mondgevoel.
Na het stomen worden de blaadjes zorgvuldig gerold, gedroogd en op lengte gesorteerd. Het rollen is niet louter esthetisch — het helpt ook om de celstructuur te breken, waardoor aroma’s gemakkelijker vrijkomen bij het zetten. Het eindresultaat zijn smalle, naaldvormige bladeren die glanzen van chlorofyl. Een visueel feest voor elke theeliefhebber.
In sommige kleine boerderijen gebeurt dit hele proces nog met de hand, maar vaker zijn het semi-geautomatiseerde lijnen die de meeste arbeid verrichten. Toch blijft menselijke expertise onmisbaar. Elke stap vraagt finesse: hoe lang te stomen, hoe intensief te rollen, wanneer te stoppen. De meester-theemaker, of chashi, waakt over elk detail alsof het een vorm van meditatie is.
Hoe zet je Sencha op de juiste manier?
De sleutel tot een goede kop Sencha ligt in het zetten. Té heet water en je zit met een wrange, bittere smaak. Té koud en je krijgt een fletse infusie zonder karakter. Idealiter gebruik je water van rond de 70°C tot 80°C. Persoonlijk begin ik vaak iets lager — rond de 65°C — en verhoog ik de temperatuur per infusie. Dat geeft een mooie opbouw in smaak en mondgevoel.
Gebruik ongeveer 1 theelepel (3 gram) thee per 100 ml water. Laat de thee zo’n 60 seconden trekken voor de eerste infusie. Tweede en derde infusie kunnen korter: 30 tot 45 seconden. En laat je vooral niet weerhouden om een vierde keer te infuseren, zeker bij hoogwaardige Sencha’s.
Een traditionele kyusu — een klein, Japans theepotje met een ingebouwd zeefje — is de ideale metgezel bij het zetten van Sencha. Door zijn brede oppervlak laat hij de blaadjes goed uitvouwen. Dat verhoogt de extractie en het genot. Wie ooit Sencha gezet heeft in een glazen theepot weet hoe snel het water zich vult met een diepgroene gloed — haast een klein ritueel op zich ☘️.
Een ander fijn detail: spoel je theepot eerst even om met heet water. Dat warmt de pot op en voorkomt temperatuurverlies. Ook je kopjes even voorverwarmen maakt een verschil. Kleine gebaren, groot resultaat.
Waarom Sencha in Japan meer is dan zomaar een drank
Sencha werd pas in de Edo-periode (17e eeuw) populair bij het brede publiek. Daarvoor was poederthee zoals Matcha dominant, zeker in de kringen rond de theeceremonie. Sencha kwam op als een ‘losser’, huiselijk alternatief. Het was de thee van de burgerklasse, de thee van de dagelijkse gastvrijheid. Geen formeel ritueel, maar een warme uitnodiging aan de keukentafel.
In die zin is Sencha diep verweven met de Japanse waarden van omotenashi — gastvrijheid zonder voorbehoud. Een kopje Sencha wordt niet geserveerd om indruk te maken, maar om nabijheid en zorgzaamheid te tonen. Het is die nederige elegantie die Sencha tot meer maakt dan een warme drank. Het is een sociale lijm, een vorm van stille communicatie tussen gast en gastheer.
Ook in de Japanse literatuur en kunst duikt Sencha geregeld op. Dichters gebruiken het als metafoor voor vergankelijkheid of introspectie. Schilders leggen het schaduwspel van het theeblad vast alsof het landschappen zijn. Zelfs moderne Japanse mangareeksen laten niet zelden een opa of grootmoeder zien die een eenvoudige, maar perfecte kop Sencha zet. Het zit diep in het collectief geheugen gebakken.
Zelf heb ik er een gewoonte van gemaakt om mijn dag met een kleine ceremonie te beginnen: water op temperatuur brengen, de bladeren losmaken in de kyusu, de geur opsnuiven vóór de eerste infusie. Het zet de toon. Niet als prestatie, maar als afstemming. Een beetje zoals stemmen voor een concert — je dag klinkt net wat helderder 🎶.
Welke soorten Sencha zijn er, en waar moet je op letten bij aankoop?
Niet alle Sencha is gelijk geschapen. Er zijn honderden variaties, afhankelijk van de regio, de cultivar, de plukperiode en het stoomproces. In Japan zijn prefecturen zoals Shizuoka, Kagoshima en Uji bijzonder bekend om hun hoogwaardige Sencha.
Een paar voorbeelden:
- Asamushi Sencha: Licht gestoomd, helder in kleur, zeer fris en elegant.
- Fukamushi Sencha: Diep gestoomd, intens van smaak, vaak een troebel kopje.
- Kabusecha: Een schaduwgeteelde variant van Sencha, zachter en rijker aan umami.
Let bij aankoop vooral op versheid. Sencha is geen thee die je jaren in een kast wil bewaren. Kies voor luchtdicht verpakte thee, idealiter met een oogstdatum. Hoe jonger, hoe beter. Vermijd thee met een muffe of stoffige geur — die is zijn magie kwijt.
En dan is er nog dat kleine zinnetje op het etiket waar je ogen op blijven hangen: “Ichibancha”. Als je dat ziet, weet je dat je te maken hebt met de eerste pluk van het jaar — meestal geplukt in april of begin mei. Voor mij blijft dat de heilige graal onder de Sencha’s. Zacht, complex, vol leven. Zoals lente in een kopje 🌱.

